Het watermeisje
Ze heeft iets mysterieus over zich. Een blauwe waas, de kleur van ondoorgrondelijk, honderden meters diepe zeeën, maar o zo helder. Toen ik haar leerde kennen vertelde ze me haar verhalen. De verhalen van de onderwater kamer, de verre reizen die ze had gemaakt, maar ook over haar huilbuien. Ze maakt ook nare gebeurtenissen mee. Vreemd genoeg zijn bijna alle verhalen terug te voeren naar water. Of het nou de kamer, de zee of de traan is, altijd komt dat element naar voren.
Terwijl ze weer met vuur in haar ogen verteld over het onrecht dat haar is aangedaan voel ik dat ze me langzaam steviger vastpakt, een traan biggelt over haar zachte wang en land op mijn schouder. Deze traan staat wat mij betreft garant voor een langdurende vriendschap. Het voelt goed. Ik was getuige van een emotionele overstroming van het watermeisje.
Niet lang geleden keken we samen naar de ondergaande zon. Ook al werd de roodgekleurde horizon door verschillende flatgebouwen en andere stedelijke aanzichten verpest, wij genoten ervan. Ik zocht naar het water-element. Waar was het? Ik zag vuur, de zon. Aarde, de stad. Lucht, rood en geel. Het water had ze opgeslagen in een flesje. Ze vulde zichzelf bij. Had ze een nacht lang gehuild?
Voor de mens is water een eerste levensbehoefte. Dat maakt dat het watermeisje dat voor mij ook is. Het is niet erg dat ze van water is, het maakt haar zacht en onmisbaar. Een echte vriend. Waar je al je geheimen kwijt kan. Water draagt een gesproken zin niet ver en anders sterk vervormd. Het enige waar ik voor op moet passen is dat ze aan de ene kant niet verdampt en aan de andere niet gaat koken. Bij het eerste ben ik haar kwijt bij het andere verbrand ik mijn tong.